CONMONSense Range

CONMONSense Range is een op zichzelf staande, permanent gemonteerde ultrasone sensor ontworpen voor integratie met standaard industriële meetsystemen.

CONMONSense levert nauwkeurige, herhaalbare gegevens over de gezondheid van uw apparaten en elektrische systemen, ook in de meest uitdagende omgeving.

Het resonerende piëzo-element is geoptimaliseerd voor ultrasoon aangedreven smering, mechanische foutdetectie en bewaking van de toestand van kleppen, stoom, hydraulische systemen en elektrische defecten.

Ultrasound is een echte maatstaf voor de FITheid van uw fabriek. De meeste apparaten produceren WRIJVING, IMPACT en TURBULENTIE als defect indicatoren. CONMONSense hoort deze verschijnselen vanaf het begin en levert een analoge signaalrespons op uw aangesloten meetsysteem.

Met een uitgangsbereik van 4-20mA of van 0-10V, kan CONMONSense permanent op elk apparaat worden gemonteerd om continue conditiebewakingsgegevens te leveren.

Voorkom ongeplande stilstand en stel de veiligheid van uw fabriek en collega’s voorop.

CONMONSense contactsensor

ConmonsenseSensor met permanent contact/permanente structuur (IP65) voor continue bewaking van lagersmering, kleppen, condenspotten, hydraulische systemen en roterende apparaten, zelfs de langzaamste.

CONMONSense airborne sensor

ConmonsenseAirborne open (IP65) en ingesloten (IP40) voor inspectie van elektrische systemen.

Het ontwerp van deze sensor maakt nauwkeurige en repetitieve metingen mogelijk om continu de gezondheid van uw elektrische kast te bewaken. Zet de veiligheid van uw fabriek en collega’s op de eerste plaats.

Download de sensoren datasheets
Raadpleeg voor een eenvoudige configuratie de SDT CONMONSense-configuratie-interface

FAQ

CONMONSense RSC (4-20mA Sensor)

Merk op dat de sensor een externe 24VDC-voeding nodig heeft die ten minste 40 mA kan leveren.

Bedrading CONMONSense:

1 = 24 VDC stroomtoevoer (+)
2 = Stroomuitgang (Iout)
3 = 0 V (-)
4 = Communicatielijn (moet afgekoppeld zijn indien niet in gebruik)

Als je systeem een specifieke 4-20 mA ingang heeft, is dit een mogelijke bedrading:

Als je systeem geen specifieke 4-20 mA ingang heeft, maar wel een analoge spanningsingang, is dit een mogelijke bedrading:

Opgelet: de bedradingen zijn slechts voorbeelden. We verwijzen je naar de technische handleiding van je systeem voor een correcte bedrading van je installatie.

Statische modus:

Vergelijking voor elke versterking:


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 * 10) = 0,120 [V] of 120 [mV] of 101,5 [dB]µV


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 * 2,5) = 0,03 [V] of 30 [mV] of 89,5 [dB]µV


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 / 1,6) = 0,0075 [V] of 7,5 [mV] of 77,5 [dB]µV


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 / 6,3) = 0,0019 [V] of 1,9 [mV] of 65,5 [dB]µV


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 / 25,1) = 0,00048 [V] of 0,48 [mV] of 53,5 [dB]µV


Voorbeeld: een statische uitgangsstroom van 12 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,012 / 100) = 0,00012 [V] of 0,12 [mV] of 41,5 [dB]µV

Dynamische modus:

Vergelijking voor elke versterking:


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 * 208,25) = 0,20825 [V] of 208,25 [mV] of 106,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 * 52) = 0,052 [V] of 52 [mV] of 94,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 * 13) = 0,013 [V] of 13 [mV] of 82,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 * 3,3) = 0,0033 [V] of 3,3 [mV] of 70,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 / 1,2) = 0,00083 [V] of 0,83 [mV] of 58,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsstroom van 1 [mA] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (0,001 / 4,8) = 0,00021 [V] of 0,21 [mV] of 46,3 [dB]µV

Opgelet: de dynamische modus levert wisselstroom (AC) met een biasstroom (DC) van 12 [mA].

Om de interne versterking van de sensoren te wijzigen of om van statische naar dynamische modus over te schakelen, moeten het systeem en de sensor met elkaar communiceren.

Via een digitale uitgang

Wanneer je systeem een digitale uitgangsmodule heeft, kan je op basis van onderstaand schema één uitgang aansluiten op de communicatielijn van de sensor:

Je kan dan pulsen opwekken volgens het gegevensblad van de CONMONSense om de versterking of modus te wijzigen.

Via een seriële communicatieuitgang

Je kan ook communiceren via een seriële communicatieuitgang met de volgende specificaties:

  • Protocol: UART
  • Baudrate: 9600 bps
  • Databits: 8
  • Pariteit: Even
  • Stopbit: 1

CONMONSense sensoren maken gebruik van een gepatenteerd protocol dat beschreven wordt in het gegevensblad.

Voor een goede versterkingsregeling kan je best de eenvoudige regels hieronder volgen:

Statische modus

  • Wanneer de statische uitgangsstroom (DC) hoger is dan 20 [mA] à verlaag de versterking met één stap (12 [dB])
  • Wanneer de statische uitgangsstroom (DC) lager is dan 4 [mA] à verhoog de versterking met één stap (12 [dB])

Dynamische modus

  • Wanneer de signaalpiek hoger is dan 18 [mA] (of 6 [mA] wanneer er geen biasstroom is) à verlaag de versterking met één stap (12 [dB])
  • Wanneer de signaalpiek lager is dan 13 [mA] (of 1 [mA] wanneer er geen biasstroom is) à verhoog de versterking met één stap (12 [dB])

Opgelet: de dynamische modus levert wisselstroom (AC) met een biasstroom (DC) van 12 [mA].

CONMONSense RSV (0-10V Sensor)

Opgelet: de sensor vereist een externe 24 VDC stroomtoevoer die minstens 40 mA levert.

Bedrading CONMONSense:

1 = 24 VDC stroomtoevoer (+)
2 = Spanningsuitgang (Vout)
3 = 0 V (-)
4 = Communicatielijn (moet afgekoppeld zijn indien niet in gebruik)

Als je systeem een specifieke 0-10 V analoge spanningsingang heeft, is dit een mogelijke bedrading:

Opgelet: deze bedrading is slechts een voorbeeld. We verwijzen je naar de technische handleiding van het systeem voor een correcte bedrading van de installatie.

Statische modus:

Vergelijking voor elke versterking:


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 25) = 0,2 [V] of 200 [mV] of 106 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 100) = 0,05 [V] of 50 [mV] of 94 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 400) = 0,0125 [V] of 12,5 [mV] of 82 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 1575) = 0,0032 [V] of 3,2 [mV] of 70 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 6275) = 0,0008 [V] of 0,8 [mV] of 58 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 5 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (5 / 25000) = 0,0002 [V] of 0,2 [mV] of 46 [dB]µV

 

Dynamische modus:


Vergelijking voor elke versterking::


Voorbeeld: een dynamische uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 1,2) = 0,833 [V] of 833 [mV] of 118,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 4,8) = 0,208 [V] of 208 [mV] of 106,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 19,2) = 0,0521 [V] of 52,1 [mV] of 94,3 [dB]µV


Voorbeeld: een dynamische uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 75,6) = 0,0132 [V] of 13,2 [mV] of 82,3 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 301,2) = 0,0033 [V] of 3,3 [mV] of 70,3 [dB]µV


Voorbeeld: een uitgangsspanning van 1 [V] is het resultaat van een sensoruitgangsspanning van (1 / 1200) = 0,00083 [V] of 0,83 [mV] of 58,3 [dB]µV

Opgelet: de dynamische modus levert wisselstroom (AC) met een biasspanning (DC) van 3 [V].

Om de interne versterking van de sensoren te wijzigen of om van statische naar dynamische modus over te schakelen, moeten de PLC en de sensor met elkaar communiceren.

Via een digitale uitgang

Wanneer je PLC een digitale uitgangsmodule heeft, kan je op basis van onderstaand schema één uitgang aansluiten op de communicatielijn van de sensor:

Je kan dan pulsen opwekken volgens het gegevensblad van de CONMONSense om de versterking of modus te wijzigen.

Via een seriële communicatieuitgang

Je kan ook communiceren via een seriële communicatieuitgang met de volgende specificaties:

  • Protocol: UART
  • Baudrate: 9600 bps
  • Databits: 8
  • Pariteit: Even
  • Stopbit: 1

CONMONSense sensoren maken gebruik van een gepatenteerd protocol dat beschreven wordt in het gegevensblad.

Voor een goede versterkingsregeling kan je best de eenvoudige regels hieronder volgen:

Statische modus

  • Wanneer de uitgangsspanning (DC) hoger is dan 5 [V] verlaag de versterking met één stap (12 [dB])
  • Wanneer de uitgangsspanning (DC) lager is dan 1 [V] verhoog de versterking met één stap (12 [dB])

Dynamische modus

  • Wanneer de signaalpiek hoger is dan 4,5 [V] (of 1,5 [V] wanneer er geen biasspanning is) verlaag de versterking met één stap (12 [dB])
  • Wanneer de signaalpiek lager is dan 3,5 [V] (of 0,5 [V] wanneer er geen biasstroom is) verhoog de versterking met één stap (12 [dB])

Opgelet: de dynamische modus levert wisselstroom (AC) met een biasspanning (DC) van 3 [V].